Letselschade sneller geregeld

Letselschadeclaims sneller geregeld door tussenkomst rechter; Persbericht ASP juni 2010 | Afdrukken |

 

Letselschadeclaims sneller geregeld door tussenkomst rechter

 

Op 1 juli 2010 treedt de Wet Deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade in werking.

 

Deze wet maakt het voor slachtoffers en verzekeraars mogelijk om onderdelen van de letselschadeclaim op eenvoudige wijze door de rechter te laten beoordelen. Als de aansprakelijkheid vaststaat, komen de kosten voor deze procedure voor rekening van de verzekeraar, al krijgt het slachtoffer ongelijk. Dit is voor slachtoffers een positieve en belangrijke trendbreuk. In andere civiele procedures geldt immers dat de partij die verliest de kosten moet dragen.

 

De bedoeling van deze wet is, dat partijen het gerechtelijk oordeel over het deelgeschil in de onderhandelingen betrekken. Dat betekent dus niet meer met het mes, maar met het oordeel van de rechter op tafel onderhandelen. Verwacht wordt dat de letselschade dan sneller kan worden afgewikkeld.

 

Uit cijfers blijkt dat nu slechts 1% tot 5% van de letselschadeclaims bij de rechter terecht komt. Volgens ASP, de vereniging van erkende letselschadeadvocaten die uitsluitend voor slachtoffers optreden (105 leden), is dit lage percentage eenvoudig te verklaren. Verzekeraars hebben voor procedures tijd en ruime financiële middelen. Slachtoffers in de regel niet. Deze barrières worden door deze wet (eenvoudig, snel, beperkt kostenrisico) grotendeels weggenomen. Daarmee is de toegang tot het recht voor slachtoffers duidelijk verbeterd.

 

Meer procedures betekenen automatisch meer uitspraken. ASP hoopt door het voeren van procedures voor slachtoffers, de rechtsontwikkeling in letselschadezaken te stimuleren. ASP noemt de hoogte van het smartengeld als voorbeeld van een uitermate geschikt deelgeschil om aan de rechter voor te leggen. Verzekeraars zijn nog steeds erg zuinig als het gaat om het vaststellen van vergoedingen voor immateriële schade, terwijl de rechtspraktijk roept om een verhoging van de smartengeldbedragen.

 

ASP neemt aan dat de deelgeschilprocedure ertoe zal leiden, dat vaker gespecialiseerde rechters op het gebied van letselschade zullen worden ingezet. Deze positieve ontwikkeling is al ingezet.

 

Uiteraard kunnen ook verzekeraars een deelgeschil aan de rechter voorleggen. De vraag is echter of zij van deze mogelijkheid veel gebruik zullen maken. Een actievere houding van verzekeraars mag volgens ASP verwacht worden. Een verzekeraar die op het geld blijft zitten, zal nu sneller met een (deelgeschil)procedure worden geconfronteerd.

Intervieuw Ruben ontoelaatbaar

De Raad voor de Journalistiek vindt een interview dat De Telegraaf in mei publiceerde met de 9-jarige Ruben, enige overlevende van de vliegramp bij de Libische hoofdstad Tripoli, ontoelaatbaar.

 

Dat schrijft de Raad, die gevraagd en ongevraagd oordeelt over het optreden van journalisten, in een uitspraak waarin wordt teruggeblikt op verschillende publicaties na de crash. Een verslaggeefster van De Telegraaf kreeg Ruben naar eigen zeggen ongevraagd aan de telefoon toen ze in gesprek was met een van de Libische artsen van het jongetje.

Ruben was op dat moment nog niet op de hoogte van de dood van zijn ouders, en de journaliste van het ochtendblad heeft hem daar ook niet over ingelicht. Niettemin kwam de publicatie de krant op een storm van kritiek te staan. De Telegraaf verloor ongeveer duizend abonnees.

SCHADE

Volgens de Raad voor de Journalistiek is de krant met het interview over de schreef gegaan. Ruben was op het moment van het interview amper bij bewustzijn en niet of nauwelijks op de hoogte van de situatie waarin hij verkeerde.

De Telegraaf had daarom moeten beseffen dat "onverhoeds direct contact schade kan toebrengen" en het telefoongesprek moeten beëindigen. Volgens de Raad was de publicatie bovendien niet noodzakelijk om de ernst van de vliegramp weer te geven.

FOTO'S

De Raad gaat in zijn uitspraak ook in op enkele andere omstreden publicaties rond de vliegramp, zoals de verspreiding van foto's en video's van Ruben in zijn Libische ziekenhuisbed. Die werden uitgezonden op de Libische staatstelevisie, en vervolgens ook door de NOS. Foto's verschenen daarop in verschillende media.

Volgens de Raad staat die publicatie weliswaar op gespannen voet met de bescherming van de privacy van slachtoffers, maar was het gebruik van de foto's toch "gerechtvaardigd door de uitzonderlijk grote nieuwswaarde en zeggenskracht van het beeld van de enige overlevende van de vliegramp bij Tripoli."

Dat beeld symboliseerde volgens de Raad "niet alleen de uitzonderlijke tragedie, maar tegelijk de hoop van het overleven." Ook speelt volgens de Raad een rol dat de beelden al wereldwijd verspreid waren.

Volgens de Raad zijn verschillende media wel hun boekje te buiten gegaan door foto's van slachtoffers van de ramp te downloaden van netwerksites als Hyves, en mogelijk ook door zonder toestemming foto's van nabestaanden te maken toen die een informatiecentrum in Hoofddorp bezochten.

 

DISCUSSIE

De Raad deed zijn uitspraak op eigen initiatief naar aanleiding van de discussie die na de ramp binnen en buiten de journalistiek losbarstte over de grens tussen nieuwsverslaggeving en privacyschending.

Bij een debat daarover, eind mei, zei hoofdredacteur Hans Laroes van de NOS al dat hij achteraf vond dat de beelden van Ruben 'te snel' waren uitgezonden, al meende hij niet dat de NOS de privacy van Ruben had geschonden. Hij riep de Raad bij die gelegenheid op om zich een oordeel te vormen over de verslaggeving rond de ramp.

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijk orgaan dat oordeelt over journalistieke ethiek. De Raad kan geen sancties opleggen.

 

ACHTERNAAM

Ook hadden media de achternaam van Ruben niet mogen publiceren, omdat dat het jongetje mogelijk belemmert om op termijn zijn normale leven weer op te pakken, terwijl de achternaam niets toevoegt aan de informatie over de ramp.

Reageer

  Categorie Laatste bericht Berichten Reacties
Ruben

0 0

Verzekeraars vuurwerkramp bijten in het stof

09-07-2010

De Staat der Nederlanden is niet aansprakelijk voor de schade die bierbrouwer Grolsch leed als gevolg van de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000. Dat heeft de Hoge Raad beslist, nadat de vijf verzekeraars van Grolsch in hoger beroep en later cassatie waren gegaan na gelijkluidende uitspraken van de rechtbank Den Haag (in 2005) en het gerechtshof Den Haag (2008).

De vijf verzekeraars zijn Winterthur (nu XL), Hampden, Royal (nu Allianz), KSA (nu Nateus) en Reliance. Zij moesten aan Grolsch € 60,5 mln uitkeren, wat onder meer bijdroeg aan het besluit van Reliance de Nederlandse activiteiten te sluiten.

De verzekeraars wilden de schade verhalen op de Staat, omdat die onrechtmatig zou hebben gehandeld door geen veiligheidsmaatregelen te nemen ter vermijding van een bij de Staat bekende, gevaarlijke situatie. De Hoge Raad vindt echter dat het hof Den Haag goed heeft gemotiveerd waarom de Staat niet aansprakelijk is voor de door de Grolsch-bedrijven geleden schade. "De Staat behoefde in dit geval geen maatregelen te nemen om de door anderen in het leven geroepen gevaarlijke situatie op te heffen."

Reinders
Letselschade